Aanleiding van het BIT

De Tweede Kamer heeft in 2012 de Tijdelijke commissie ICT ingesteld. Uit rapporten van de Algemene Rekenkamer bleek namelijk dat verschillende projecten bij de overheid waarbij het ICT-deel een grote rol had, niet goed verliepen. In het eindrapport van de commissie werden verschillende voorstellen gedaan om de aanpak van dergelijke projecten te verbeteren. 1 daarvan was het oprichten van een tijdelijk bureau om te controleren of bij de start van een project aan verschillende belangrijke eisen is voldaan. Dit werd het Bureau ICT-toetsing (BIT).

Eindrapport en Instellingsbesluit

Op het eindrapport van de Tijdelijke commissie ICT, volgde een kabinetsreactie. Hierin liet het kabinet onder andere weten de aanbeveling van de commissie om een BIT in te richten, over te nemen. Het kabinet heeft er - in afwijking van de commissie - voor gekozen om het BIT onder te brengen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.  De rol en de positie van het BIT zijn geregeld in het Instellingsbesluit.

Tijdelijk bureau

Het BIT is een tijdelijk bureau. De bedoeling is dat het na 5 jaar wordt opgeheven omdat ministeries dan voldoende zijn uitgerust om zelf projecten uit te voeren. Het doel van het BIT is om de CIO’s per ministerie (de departementale CIO’s) te ondersteunen door een onafhankelijke toets te doen op de risico’s en slaagkans van ICT-projecten. Het BIT geeft geen oordeel over de vraag of een project moet starten of niet. Die beslissing ligt bij de leiding van een departement.

De werking vanhet  BIT wordt na het 1e, 3e en 5e jaar geëvalueerd. Dit gebeurt door een onafhankelijke instantie en onder verantwoordelijkheid van de Toezichtsraad BIT.