Het Bureau ICT-toetsing (BIT) toetst op de risico’s en slaagkans van projecten die door de rijksoverheid en zelfstandig bestuursorganen (zbo's) worden opgezet en waarbij ICT een belangrijke rol heeft. Het BIT geeft vervolgens een openbaar advies. Toetsen van het BIT worden uitgevoerd in opdracht van een een minister of staatssecretaris, de Tweede Kamer of uit eigen beweging.

Toetsing door Bureau ICT-toetsing (BIT)

De toetsen van het BIT op ICT-projecten worden onafhankelijk uitgevoerd. Daarbij beoordeelt het BIT of ICT-projecten in de huidige opzet kans van slagen hebben of anders moeten worden ingericht. Dit doet het BIT bij departementen, uitvoeringssorganisaties en publiekrechterlijke zelfstandige bestuursorganen (zbo's). Het BIT richt zich op projecten met een ICT-component van meer dan 5 miljoen euro. Projecten van de politie, Raad voor de Rechtspraak, Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Defensie die gaan over het ontwikkelen van wapensystemen, worden niet door het BIT getoetst.

Een advies van het BIT is openbaar. Er zijn inmiddels verschillende adviezen afgerond.

Toetsing ICT-projecten rijksoverheid

Er zijn 3 aanleidingen voor het BIT om een onderzoek (BIT-toets) te starten. De uitvoering van een toets verloopt via een vast proces. Om inzicht te krijgen in de risico’s en slaagkans van projecten, wordt een toetskader gebruikt.

Het BIT is in 2015 van start gegaan naar aanleiding van een advies van de Tijdelijke commissie ICT, onder voorzitterschap van Ton Elias. De rol van het BIT is vastgelegd in het Instellingsbesluit.