Toetsproces

Uitvoeren van een BIT-toets

Het Bureau ICT-Toetsing (BIT) toetst op de risico’s en slaagkans van projecten die door de rijksoverheid en zelfstandig bestuursorganen (ZBO) worden opgezet en waarbij ICT een belangrijke rol heeft. Het BIT richt zich daarbij op projecten waarvan het ICT-gedeelte minimaal 5 miljoen euro is. Ministers zijn verplicht deze projecten aan te melden bij het BIT.

Projecten van de politie, Raad voor de Rechtspraak, Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Defensie die gaan over het ontwikkelen van wapensystemen, worden niet door het BIT getoetst.

Aanleidingen voor een BIT-toets

Er zijn drie aanleidingen voor het BIT om een BIT-toets op te starten naar een ICT-project van de rijksoverheid:

  • De minister of staatssecretaris waarvan het ministerie het ICT-project wil starten, richt voor de start of tijdens een ICT-project een verzoek om advies aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
  • De Tweede Kamer richt een verzoek aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
  • Op eigen initiatief. Als het BIT zelf besluit een advies op te stellen, wordt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de hoogte gebracht. Die laat het vervolgens weten aan de minister of staatssecretaris waarvan het ministerie het ICT-project wil starten.

Wanneer wordt een BIT-toets gestart?

Een BIT-toets kan het beste worden gestart als het programmaplan of het projectplan van een project in concept klaar is. Het doel van het project is dan dus bepaald, maar er is nog geen definitief besluit over de start vaan het project. Ook is de aanbestedeing van het project nog niet begonnen: er is nog niet aan verschillende (markt)partijen gevraagd om aan te geven of zij het plan willen uitvoeren. Om de duur van een BIT-toets zo kort mogelijk te houden, kan de voorbereiding ervan al eerder beginnen. Het is daarom belangrijk dat ministeries op tijd laten weten welke projecten er worden gepland.